9783710329678.jpg

Inhoud

Colofon

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 12

HOOFDSTUK 13

HOOFDSTUK 14

HOOFDSTUK 15

HOOFDSTUK 16

HOOFDSTUK 17

HOOFDSTUK 18

HOOFDSTUK 19

HOOFDSTUK 20

HOOFDSTUK 21

HOOFDSTUK 22

HOOFDSTUK 23

HOOFDSTUK 24

HOOFDSTUK 25

HOOFDSTUK 26

HOOFDSTUK 27

HOOFDSTUK 28

HOOFDSTUK 29

HOOFDSTUK 30

Colofon

Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.

De auteur is verantwoordelijk voor de correctie en inhoud.

© 2016 united p. c. Uitgeverij

ISBN drukuitgave: 978-3-7103-2964-7

ISBN e-book: 978-3-7103-2967-8

Vormgeving omslag: pixabay

Omslagfoto, lay-out & zetting:
united p. c. Uitgeverij

www.united-pc.eu

HOOFDSTUK 1

Angela probeerde haar ogen te openen maar het was alsof ze dichtgeplakt waren. Ze had een vreemde smaak in haar mond die kurkdroog aanvoelde. Waar was ze, wat was er gebeurd? Ze was volledig gedesoriënteerd en haar hersenen bleken nog niet naar behoren te functioneren. Ze bespeurde iets rond haar nek dat zwaar was en vreemd aanvoelde.

“Mijn God, waar ben ik, wat is dit allemaal?”

Ze voelde zich naakt, haar ledematen leken van lood en langzaam kon ze haar armen bewegen. Haar vingers begonnen haar eigen lichaam te betasten en ze schrok, ze was inderdaad naakt. Haar rechterhand ging naar haar hals en daar voelde ze een zware band omheen zitten. De schrik kwam als een donderslag bij Angela aan. Ze zat vastgeketend, een zware ketting hing aan de band om haar hals en zat vast aan de muur waar het bed tegenaan stond.

Heel langzaam begonnen haar oogleden mee te geven en kon ze zich oriënteren. Wat ze zag beknelde haar meer dan de band om haar nek. Ze lag op een bed, nou ja wat je bed kunt noemen, het was meer een brits uit een gevangenis. De ruimte waarin ze verbleef schatte ze op niet meer dan 3 bij 2 meter. Naast haar bed stond iets wat leek op een cassette toilet en tegen de muur was een wasbak met kraan. Daarnaast bevond zich een deur zonder glas of raam of wat dan ook, volledig dicht. Ze snapte er totaal niks van en hoopte ieder moment uit een nare droom te ontwaken.

Ze probeerde voorzichtig op te staan, de ketting hing zwaar aan haar nek en haar lichaam voelde aan alsof ze de avond ervoor goed doorgezakt was. Ja, hoe laat was het eigenlijk, was het ochtend, middag, avond, welke dag was het? Ze had geen flauw benul.

Ze stond, maar daar was ook alles mee gezegd. Angela had het idee dat ze ieder moment weer neer zou kunnen vallen. Voorzichtig zette ze een paar stappen, de ketting bleek net lang genoeg te zijn om het waarschijnlijke toilet en de wasbak te bereiken. Inmiddels had ze haar ogen volledig open en kon ze haar omgeving goed aanschouwen.

Ze zat gevangen, geketend aan een muur met niet meer dan een brits, toilet en wasbak. Een klein peertje aan het plafond verzorgde voldoende licht om alles te kunnen zien. Haar gedachten begonnen wat vastere vorm aan te nemen, ze kon zich nu herinneren dat ze met haar vriendin Steffy in Amsterdam was gaan stappen. Ze waren in diverse bars en clubs geweest, welke wist ze zo snel niet, maar ze hadden lol gehad. Dat was nu ongeveer alles wat er bij haar naar boven kwam. En Steffy, waar was die? Ze kon zich niet meer herinneren hoe de avond afgelopen was, waren ze naar huis gegaan of niet en wanneer was dat geweest, gisteren of…ze wist het gewoon niet.

Angela pijnigde haar hersenen om meer herinneringen naar boven te halen, maar zonder succes. Zij, Steffy en stappen in Amsterdam was het enige dat haar te binnen schoot. Ze begon zich nu ook zorgen te maken over haar beste vriendin, ze hoopte van harte dat Stef niet in dezelfde situatie zat, maar ergens veilig thuis of zo.

Net toen ze om hulp wilde gaan roepen werd de deur geopend en in de opening verscheen een kerel van formaat. In een vanzelfsprekende reactie kruiste ze haar armen voor haar borsten om die aan het gezichtsveld van deze vreemde te onttrekken. Ze schrok werkelijk van zijn gestalte, hij moest wel twee meter zijn en had een paar armen als boomstammen. Zijn bovenlichaam was gekleed in een T-shirt waardoor ze de vele tatoeages op zijn behaarde armen kon zien. Zijn gezicht was een vierkant blok en die ogen die haar aankeken brandden dwars door haar heen. Haar maag kromp ineen maar iets in haar vertelde haar geen angst te tonen.

“Wat is dit, wat doe ik hier, maak me godverdomme los” schreeuwde ze hem toe. De enige woorden die uit zijn mond kwamen waren “houd je kop hoer”. Hij liep op haar af, ze wilde hem slaan en stompen maar had al gauw pijnlijk in de gaten dat dat geen enkel effect had en niet op prijs werd gesteld door de gorilla in kleren. Hij greep haar bij haar lange blonde haren vast en trok haar in een ruk naar achteren terug op het bed. Een lichte tik in haar maag deed Angela naar adem snakken, het voelde alsof ze met een moker was geslagen. Voor deze kerel bleek het echter niet meer dan een ferme tik te zijn die zijn uitwerking niet miste, ze kon niet meer tegenstribbelen. Terwijl hij haar met zijn linkerarm tegen het bed gedrukt hield maakte hij met zijn rechter de ketting aan de muur los. Ze zag nu pas dat de ketting met een slot aan een ring in de muur vast zat.

De reus zei tegen Angela dat ze zich rustig moest houden anders zou ze alsnog voelen wat pijn was. Zijn stem was net zo fors en zwaar als zijn lichaam en Angela hoorde, ondanks dat zijn Nederlands redelijk was, een overduidelijk Oostblok accent.

Vanaf het moment dat ze ontwaakte en zich af begon te vragen wat er met haar gebeurd was en hoe ze hier terecht gekomen was had ze om een of andere redenen nog geen echte angst gevoeld. Ze was wel heel erg geschrokken en bang geweest maar echte angst, het ineenkrimpen van de maag, het gevoel je plas niet op te kunnen houden, het ‘shaken’ van je lichaam, dat alles kwam nu naar boven, nu ze de realiteit van dit alles begon in te zien. De aanwezigheid van deze aap had haar onderbewustzijn waarschijnlijk wakker geschut.

Ondertussen werd ze, nadat de ketting losgemaakt was, ruw van het bed getrokken. Het leek wel een klem die haar rechterbovenarm omvatte. Of ze wilde of niet, Angela werd als het ware verplicht om mee te lopen, ze kon niet anders. Met haar 1.68 meter en 56 kilo bleek het deze gorilla geen enkele moeite te kosten haar mee te sleuren, terwijl de ketting die ze achter zich meesleepte zwaar aan haar nek trok. Ze gingen door de deur van haar cel en kwamen in een gang die haar het idee gaf ergens ondergronds in een of andere bunker of schuilkelder te zijn. Wat ze waar kon nemen in de gauwigheid dat ze meegetrokken werd was dat er enkele deuren net als die van “haar” cel te zien waren, geen enkel raam of luik of wat dan ook waar daglicht door scheen. Het enige licht kwam uit lampen aan het plafond die op gelijke afstand van elkaar brandden. Haar blote voeten liepen op een koude betonnen vloer die enigszins vochtig aanvoelde. Ze merkte nu pas dat er iets warms langs haar benen naar beneden liep en ondanks de onwerkelijke situatie waarin ze zich bevond schaamde ze zich. Naarmate ze verder de gang in kwamen werd haar angst groter. Wat ging er gebeuren, ging hij haar verkrachten, martelen, doden? In een flits gingen er allerhande scenario’s door haar hoofd, de een nog gruwelijker dan de andere. Ze wist dat ze zulke gedachten van zich af moest schudden, ze maakten haar alleen angstiger, maar Angela kon het niet helpen, de te verwachten gruweldaden renden vanzelf als een sneltrein door haar hoofd zonder dat ze aan de noodrem kon trekken. Opeens spookte er iets anders door haar hoofd, mijn God John, plots herinnerde ze zich haar grote liefde. Ze was zonder haar vriend op stap geweest, iets dat ze wel vaker deed, alleen met haar vriendin en John had daar geen problemen mee. Hij zou natuurlijk in zak en as zitten nu hij niet wist waar ze uithing. Veel tijd om hierover na te denken had ze echter niet.

Aan het einde van de lange gang was een stalen deur en toen ze daar aankwamen bonkte Goliath twee keer fors ertegen met zijn rechtervuist. De deur werd geopend door een persoon die haar angst alleen maar groter maakte. Er waren dus meer personen, deze reus was niet de enige! De kerel die de deur open maakte zag er al net zo angstwekkend uit als Igor (de naam die Angela hem in haar gedachten gegeven had) niet zo fors en groot, maar echt een figuur die zo in een Russische gevangenis thuis kon horen. Als ze hem in haar normale dagelijkse leven op straat tegen was gekomen, zou ze zeker met een grote boog om hem heen gelopen zijn. Echt het type waar je geen ruzie mee wilde krijgen, ook als man niet. Een litteken over zijn wang van oor tot mond, totaal geen enkele uitdrukking op zijn gezicht en ook hij had armen vol met tatoeages. Angela zag een pistool aan de voorkant in zijn broekriem zitten, ze twijfelde er totaal niet aan dat dit monster het wapen zonder te aarzelen zou gebruiken. Mocht er ergens in een klein hoekje van haar brein nog een vleugje hoop hebben zitten koesteren, hoop om te kunnen ontsnappen, dan was deze nu totaal verdwenen.

Achter de geopende deur was een kleine hal die uitmondde in een trap en Igor troonde haar mee naar boven, tegenstribbelen had totaal geen zin. Boven aangekomen werden ze opgewacht door twee vrouwen waarvan Angela het idee had dat ze haar begeleider niet durfden aan te kijken. Ze namen haar van Igor over zonder een woord te wisselen. Met een stem die duidelijk geen tegenspraak duldde zei de reus: “Let goed op haar, de baas verwacht haar snel, kant en kaar!”

De baas, kant en klaar? Wat ging er in vredesnaam met haar gebeuren? Angela zag links en rechts van haar lange gangen, die ingericht waren met spullen die weelde uitstraalden. Aan de muren hingen schilderijen en in de gang stonden harnassen, tafeltjes en stoelen. Dit alles was in schril contrast met de omgeving waar ze net vandaan kwam. Beide vrouwen hadden een arm van Angela vast en namen haar mee rechts de gang in. Ze waren gekleed in doorzichtige gewaden, liepen blootsvoets, hadden dezelfde leren banden als zijzelf had om hun nek en keken stoïcijns voor zich uit zonder een woord te zeggen. Na ongeveer vijfentwintig meter opende een van hun een deur en kwamen ze in een grote badkamer terecht. Ook deze ruimte zag er zeer luxe uit. Een wereld verschil met het hok waar ze nog geen kwartier geleden bij haar positieven was gekomen. Een bad, zo zag Angela, was gevuld met waterwaar een behoorlijke laag schuim op dreef. Nadat een van de vrouwen haar bevrijdde van de ketting aan haar halsband werd ze gesommeerd in het bad te gaan zitten.

Ze deed wat haar bevolen werd en de vrouwen begonnen haar volledig te wassen. Haar angst maakte plaats voor gêne, ze voelde zich erg ongemakkelijk in deze situatie waar twee totaal vreemden haar hele lichaam wasten. Deze bedoening haalde wel een gedeelte van haar angst weg, waarom zou iemand die van plan was haar iets ergs aan te doen, de moeite nemen om haar zo te laten reinigen? Wat was hier de bedoeling van, ze snapte het totaal niet meer.

Toen ze klaar waren moest ze uit bad stappen, werd met grote handdoeken gedroogd, haar haar werd geborsteld en een van de twee begon haar lichaam in te smeren met een soort olie. Onbegrip had zich van haar meester gemaakt, eerst de uiterst ruwe behandeling en nu dit! Volledig ingesmeerd, haar slanke lijf helemaal glimmend van de olie, namen de vrouwen haar weer mee de gang in. Deze liepen ze verder door en kwamen uit bij twee vrij grote halve deuren waar ze bleven staan. Angela kreeg hier een blinddoek voorgedaan die een van de vrouwen bij zich had. Deze klopte op een van de halve deuren en wachtte totdat een mannenstem “binnen” riep voordat ze opendeed.

De vrouw die geklopt had betrad als eerste met gebogen hoofd de ruimte achter de deuren. Pas toen ze weer naar buiten kwam namen ze Angela mee naar binnen. Alle twee de vrouwen hielden bij het betreden van de ruimte hun hoofden gebogen. Angela’s hoofd werd door een vrouwenhand naar beneden gedrukt en met trillende stem werd er gefluisterd, “niet omhoogkijken”.

Bang voor wat gebeuren zou indien ze niet zou luisteren voldeed Angela hieraan en ging ook met gebogen hoofd naar binnen. Nadat ze een paar stappen in de kamer hadden gezet hoorde ze dat deur achter haar gesloten werd. De stem die hun eerder binnen had geroepen beval ze nu te blijven staan. Ze hoorde voetstappen op zich af komen. Een hand onder haar kin duwde haar hoofd omhoog. Een andere hand begon haar lichaam te betasten, kneedde haar borsten, gleed over haar buik naar beneden waar vingers tussen haar benen werden gestoken. Ze begon haar lichaam terug te trekken van deze betasting maar de stem beval haar te blijven staan en niet te bewegen.

“Hmm, niet slecht, precies zoals ik me haar voorgesteld had!”

Ergens van haar vandaan hoorde ze een vrouwenstem kreunen en snikken, een stem die ze meende te herkennen maar niet onmiddellijk thuis kon brengen.

“Ik zal je nu een voorproefje laten zien wat je te wachten staat als je niet meewerkt en denkt een heldin te moeten zijn”

De blinddoek werd weggehaald terwijl de man haar hoofd fors aan haar haren trekkend een bepaalde richting dwong uit te kijken.

O mijn God, het kreunen was afkomstig van een vrouw die midden in de kamer op haar knieën zat, met haar rug naar Angela toegekeerd. De rug van het meisje was één striem. Je hoefde niet veel fantasie te bezitten om te zien dat iemand zijn lusten had botgevierd met een riem of zweep op dit arme schepsel.

“Draai je om” zei de stem achter haar bevelend in de richting van dat hoopje ellende in het midden van de kamer.

Toen het meisje zich op haar knieën hun richting om draaide werd Angela misselijk, ze had het gevoel te moeten overgeven, haar maag kromp ineen en haar hoofd begon te tollen. Dit was een regelrechte nachtmerrie, dat meisje was Steffy. Niet alleen haar rug zat onder de striemen, ook haar borsten en buik hadden de nodige pijn moeten verduren zo kon Angela zien. “STEF NEEE STEFFY” schreeuwde ze uit en wilde haar richting uit rennen maar ze werd ruw teruggetrokken door de hand die nog steeds haar haren vasthield.

“Dit is ook jouw lot als je ook maar een moment denkt ongehoorzaam te moeten zijn of te moeten tegenstribbelen. Kijk maar goed naar je vriendin, prent dit beeld in je hoofd en vergeet het niet.”

“Haal haar weg”. De twee vrouwen die Angela hier gebracht hadden waren nog steeds aanwezig en snelden zich om Steffy op te tillen en weg te brengen. Ze moest door de vrouwen goed ondersteund worden want lopen kon ze zelf bijna niet meer, haar hele lichaam rilde, het was voor Angela een afschuwelijk aangezicht. Bij het passeren keken de twee vriendinnen elkaar even aan en Angela zag veel ellende in de natte ogen van Steffy. Bij haar zelf begonnen de tranen ook over haar wangen te rollen, een moment vergat ze haar eigen situatie en dacht vol afschuw aan wat haar beste vriendin te verduren had gehad. Mijn god, wat waren dit voor beesten?

Toen de deuren achter Steffy dicht gingen draaide de bruut haar hoofd om.

De hele tijd dat ze in deze kamer was had ze nog geen enkele keer zijn gezicht gezien, alleen maar zijn stem gehoord waarbij iedere keer dat hij sprak ze duidelijk de whiskygeur kon waarnemen, maar toen ze gedwongen werd hem aan te kijken was ze volledig uit het veld geslagen. Dit kon echt niet waar zijn, dit moest een nare droom zijn. Maar door de herkenning kwamen ook weer herinneringen naar boven, herinneringen van de bewuste avond stappen, herinneringen van het onwel worden in de club, van het weggedragen worden door vreemde handen samen met haar vriendin. De wazige beelden in haar hoofd begonnen nu scherpte te krijgen en ongeloof straalde van haar gezicht af.

Nee, ze moest wakker worden uit deze droom, dat kon niet anders.

HOOFDSTUK 2

John had net z’n dagelijkse tien kilometer hardlopen achter de rug. Al jaar en dag was dit een van zijn rituelen, ‘s morgens in alle vroegte hardlopen. Als ex-marinier en zelfs al voordat hij bij de marine ging, voelde zijn dag pas goed als hij zijn portie kilometers gerend had.

Na zich gedoucht en geschoren te hebben, verzorgde hij zijn ontbijt dat gewoonlijk bestond uit twee bruine sneetjes belegd brood, jus d’orange en koffie.

Maxi, zijn ruigharig teckeltje, kreeg dan ook haar brokken en verslond deze net zo smakelijk als haar baasje zijn boterhammen.

John had, nadat hij vanwege het overbodig worden van zijn functie bij zijn laatste werkgever ontslagen was, veel vrije tijd. Deze tijd benutte hij vooral met sporten, wandelen met Maxi en volop genieten van de aanwezigheid van Angela. Zo nu en dan werd hij door haar min of meer gedwongen mee te gaan winkelen, dan vond ze dat zijn kleding aan vernieuwing toe was of had ze iets leuks voor zichzelf gezien waarvoor ze zijn mening nodig had. Het was dan een soort van ritueel dat John met tegenzin meeging, maar in werkelijkheid genoot hij gewoon elke minuut met haar, of dit nu thuis was, bij vrienden of familie, of al winkelend. Haar altijd vrolijke humeur gemengd met bijna jeugdige onverschilligheid, maakten zijn dagen en nachten met haar tot een waar plezier. Hij vroeg zich nog steeds zo nu en dan af wat Angela ertoe bewogen had met hem te verkeren. Ze verschilden in vele opzichten, zo was er een leeftijdsverschil van veertien jaar, zij was vijfentwintig en hij bijna veertig. Zij was een beetje chaotisch terwijl hijzelf toch wel een vrij regelmatig leven leidde. Angela hield op haar tijd van het nachtleven en hij John, kon genieten van een goed boek met een bak koffie. Angela was best knap te noemen, had een prachtig gevormd lichaam en had zeker niet te klagen over aandacht van het mannelijke en soms ook vrouwelijke geslacht. Toch waren ze op een gegeven moment in contact gekomen met elkaar, dit dankzij een gezamenlijke vriend, waarbij de vonk direct overgeslagen was. Vanaf dat moment waren ze eigenlijk deel uit gaan maken van elkaars leven. Ze woonden ieder apart, dit was iets dat ze alle twee op prijs stelden, maar brachten toch zoveel mogelijk tijd met elkaar door. Uiteraard bleven ze ook nachten regelmatig bij elkaar slapen maar van dit stukje onafhankelijkheid, ieder hun eigen onderkomen, wilden zowel Angela als John geen afstand doen en hadden ze ook alle twee geen probleem mee.

Uitgaan was iets dat Angela op haar tijd graag deed en had John geen zin, dan was het geen probleem indien ze met een vriendin enkele nachtclubs onveilig ging maken. Zo ook gisterenavond, Angela zou met haar jeugdvriendin Steffy gaan stappen. Hij had nog niks van haar vernomen en vermoedelijk zou ze nog met een lichte kater onder de lakens liggen. John had zich voorgenomen tijdens zijn wandeling met Maxi even bij haar langs te wippen om te kijken hoe het met haar was. Angela was helemaal stapel op Maxi, iets dat wederzijds was. Als het teckeltje Angela zag dan was zij helemaal door het dolle. De begroeting van zijn twee levensgezellinnen onderling was voor John altijd een waar genot om te zien.

Nadat hij het beetje afwas had gedaan en de keuken opgeruimd was liep hij naar de kapstok en pakte daar het tuigje met riem van Maxi vanaf. Deze kwam al gelijk kwispelstaarten naar hem toe rennen. Buiten was het heerlijk wandelweer, dat had John vanmorgen tijdens het hardlopen al ondervonden. Angela woonde ongeveer een kwartier lopen bij hun vandaan alleen met de snelheid waarmee Maxi zich voortbewoog duurde het iets langer.

Bij haar appartement aangekomen, Maxi wist de weg “blindelings” te vinden, belde hij aan maar kreeg geen gehoor, waarschijnlijk kon ze niet goed wakker worden. Hij belde nog enkele keren aan alvorens zelf de deur van het trapportaal te openen. Ze hadden ieder een sleutel van elkaars woning, maar uit een soort respect voor elkaars privacy belden of klopten ze eerst aan alvorens zichzelf binnen te laten. Hij nam Maxi op zijn arm en liep de trappen op naar de tweede etage. Daar klopte hij aan op nummer 213, geen gehoor. John opende de voordeur zette zijn hondje op de grond en riep haar naam terwijl hij door alle kamers liep. Zoals hij van zijn vriendin gewend was, was het licht chaotisch in haar appartementje. Hier en daar lagen kledingstukken verspreid en in de keuken stond nog wat vaat op het aanrecht.

Haar slaapkamer leek afgelopen nacht niet gebruikt te zijn, het bed had ze wel opgemaakt en zag er onbeslapen uit. Zou ze soms bij Steffy zijn blijven slapen? Nee, dan had ze hem toch zeker even een sms’je of WhatsApp gestuurd, ze wist dat hij vandaag bij haar langs zou komen. Dat deed hij altijd als hun plannen niet met elkaar overeenkwamen en ze een avond en nacht gescheiden van elkaar waren geweest. Dan kwam hij even langs met Maxi om te informeren en uiteraard om Angela weer te zien. Misschien dat Stef hem meer duidelijk kon geven. John pakte de huistelefoon van Angela, zocht het nummer van Steffy op en belde. Hij liet hem ruim een minuut overgaan toen de telefoonbeantwoorder werd ingeschakeld.

“Hoi Steffy, met John! Ik ben bij Angela maar ze is er niet dus ik vroeg me af of jij misschien weet waar ze kan zijn.

Bel me even, groetjes.”

Dit vond hij maar vreemd, maar goed, hij zou later wel van haar te horen krijgen hoe de avond geweest was en waar ze was blijven slapen. Hij pakte pen en papier uit de lade van het bijzettafeltje dat bij de tv stond en schreef:

“Lieverd, ik ben vanmorgen even met Maxi in je woning geweest en heb, omdat je er niet was, Steffy gebeld maar daar werd niet opgenomen. Bel me later vandaag even of kom bij ons langs. Kusjes John en een poot van Maxi.”

John legde het briefje op de kloostertafel en ging weer richting huis met zijn trouwe viervoetertje.

Thuis aangekomen, het was inmiddels bij elven, ging hij achter zijn laptop zitten om te solliciteren. Het was een verplichting van het UWV waar hij geen hekel aan had, hij wilde zo snel mogelijk weer aan het werk, er moesten immers rekeningen betaald worden en eerlijk gezegd het thuis zitten ging hem nu toch zo een beetje te lang duren.

Toen hij bijna twee uur en drie sollicitaties later zijn laptop dicht klapte, begon John zich toch een beetje zorgen te maken. Nog steeds niets van Angela gehoord. Tijdens het solliciteren had hij haar enkele keren gebeld, maar telkens te vergeefs.

John had die middag een afspraak met zijn vriend Ben, ook een ex-marinier die na zijn diensttijd bij de politie was gegaan. Ben was nu hoofdagent in Amsterdam, getrouwd met een van de liefste vrouwen die je je maar voor kunt stellen, geen kinderen en woonde in Badhoevedorp. Het was met de auto ongeveer een half uurtje rijden van zijn woning. Hij pakte de autosleutels, de riem van Maxi en samen gingen ze naar de grote parkeergarage onder het appartementencomplex. Zijn tien jaar oude zilvergrijze Audi TT Quattro glom als een spiegel. John onderhield hem goed en vond het een geweldige auto. Maxi werd op het achterbankje met haar tuigje vastgeklikt aan de sluiting van de gordel en legde zich gelijk neer op het dekentje dat daar speciaal voor haar lag.

Eerst reed hij nog even langs het appartement van Angela, maar na wederom diverse keren aangebeld te hebben zonder resultaat, vertrokken ze richting Badhoevedorp.

Ben en zijn vrouw Christien waren geweldige mensen. Hij en Ben waren tijdens hun marinierstijd echte maten en na hun diensttijd was hun vriendschap alleen maar hechter geworden. De begroeting door deze twee schatten was dan ook een alsof hij maanden weg was geweest, terwijl ze elkaar zeker een keer per week zagen of op zijn minst telefonisch contact hadden.

In de tuin zittend, genietend van de zon, koffie en overheerlijke appeltaart die Christien zelf gebakken had, luchtte John toch even zijn hart bij Ben.

“Ze zal waarschijnlijk vanavond wel hele verhalen hebben over hoe en wat, maar ik vind het toch een beetje vreemd dat Angela tot nu toe niets van zich heeft laten horen, ook Steffy niet!”

Ben zei dat indien hij vanavond nog niks van Angela vernomen had, hij hem moest bellen dan zou hij haar als vermist persoon opgeven en contact opnemen met de politie van hun regio. Ben wist uit ervaring dat zeker 90% van vermiste personen binnen enkele dagen tot een week weer teruggevonden werden, maar zover zou het volgens hem niet komen.

“Ik denk dat ze vanavond bij je voor de deur staat vol met excuses en Angela kennende weet ze wel een manier om je dit allemaal snel te doen vergeten!”

Een overdreven knipoog van Ben deed John glimlachen,

hij wist precies wat zijn vriend hiermee bedoelde. Dit stelde hem enigszins gerust en waarschijnlijk zou ze vanavond in zijn armen liggend hele verhalen vertellen over hoe ze zich samen met Stef geamuseerd had en dat hij een volgende keer toch mee moest gaan.

Christien zag de bezorgdheid in John’s ogen en gaf het gesprek even een andere wending door te vragen wanneer hij weer eens met Angela zou komen eten, dat vond ze altijd zo gezellig. John beloofde haar dat hij het aan Angela zou doorgeven en dat beide vrouwen dan maar een datum moesten plannen.

Na enkele uren geklets en koffie en fris gedronken te hebben, was het voor John weer tijd om met Maxi richting huis te gaan.

Bij de voordeur vroeg Ben hem nogmaals om in ieder geval vanavond even te bellen, ook als Angela weer ten tonele verschenen was. John beloofde zijn vriend vanavond nog contact met hem op te nemen ongeacht. Ze namen afscheid en hij reedt al zwaaiend achter het stuur de straat uit.

Thuis belde hij weer naar z’n liefje en alweer zonder resultaat. Het werd hem ondertussen toch een beetje te veel. Opeens schoot hem Mytia te binnen. Mytia was eigenaar van een nachtclub in Amsterdam waar hij en Angela weleens vaker kwamen. Hij was niet echt een vriend te noemen, maar ze stonden zeer zeker niet op slechte voet met elkaar. Hij had zelfs in de gaten dat Mytia, als ze in zijn club waren, veel aandacht aan Angela besteedde. Niet dat hij dat erg vond, John was ondertussen wel gewend dat Angela veel bekijks had en dat mannen lieten blijken haar aantrekkelijk te vinden. Hij wist dat ze de aandacht die ze kreeg plezierig vond. Ze zou echter nooit aanleiding geven om er iets meer van te maken, daarvoor hield ze te veel van hem.

Het was de nachtclub “zwarte dolfijn”, genoemd naar een beruchte Russische gevangenis. John belde naar de club en kreeg een barmedewerker aan de lijn. Hij noemde zijn naam vroeg naar Mytia en kreeg te horen dat die pas rond een uur of tien vanavond verwacht werd. Of hij iets voor John kon betekenen? Deze beschreef Angela en Steffy en vroeg of de barman beide dames gisterenavond misschien gezien had. Het antwoord aan de ander kant was ontwijkend nog bevestigend. Het zou kunnen, maar zeker weten deed hij het niet, het was altijd ontzettend druk in de club maar met een foto van de dames zou hij misschien meer kunnen zeggen. John bedankte hem en hing op. Angela’s familie woonde verder afgelegen en John verwachtte niet dat ze ’s avonds laat nog naar een van hun gegaan was om te overnachten, dat leek hem niet waarschijnlijk. En trouwens, als dat wel zo was geweest dan had ze hem zeer zeker vanuit daar gebeld. Nee, haar familie nu bellen om te vragen of Angela bij een van hun was zou alleen maar ongerustheid en bij haar moeder paniek veroorzaken. Want haar kinderen waren haar alles, daar moest niks of niemand aankomen, iets dat zeer begrijpelijk was.

Wat hij nu wel kon doen was ziekenhuizen in de omgeving bellen en vragen of beide of een van beide vrouwen afgelopen nacht of gedurende de dag opgenomen waren. Het duurde even voordat hij alle hem bekende ziekenhuizen in de omgeving Leiden en Amsterdam gebeld had, hij werd iedere keer van de ene naar de andere persoon doorverbonden, maar toen hij daar klaar mee was, was hij geen stap verder. Geen van allen hadden melding van opname van vrouwen met de namen en beschrijvingen die John doorgaf.

Zoals afgesproken belde John diezelfde avond Ben om hem te vertellen dat hij nog totaal niets van Angela en Steffy vernomen had. Ook vertelde hij hem dat zijn telefoontjes naar ziekenhuizen en de “zwarte dolfijn” niks opgeleverd hadden.

Ben beloofde er de volgende morgen op bureau gelijk werk van te maken. Hij zou hun als vermiste personen opgeven en de politie in John’s regio informeren. Hij zou dan waarschijnlijk naar dat bureau moeten gaan om meer informatie te verstrekken maar wist nog nu nog niet of dat Leiden of Amsterdam zou zijn. John zei dat het vanzelfsprekend was dat hij alle gegevens zou verstrekken, bedankte zijn vriend voor de moeite, wenste hun alvast welterusten en hing op.

Na het telefoongesprek zei Ben tegen zijn vrouw dat hij hier een raar gevoel bij had, zijn instinct als politieagent vertelde hem dat dit niet pluis was. Hij hoopte uiteraard van harte dat hij het mis had, maar innerlijk vreesde hij erger. De altijd vrolijke en positieve Christien zag aan haar mans gezicht dat hij serieus ongerust was en die aanblik deed zelfs haar twijfelen over de afloop. Ze kon de gedachte niet verdragen dat Angela iets ergs was overkomen. Ze had wel gehoord van meiden die in handen gevallen waren van zogenaamde Loverboys, maar dat waren meestal zeer jonge meisjes, niet in de leeftijd van Angela.

Ze deden het licht uit en gingen naar boven naar bed, beiden wetend dat ze deze nacht niet veel zouden slapen.

John dacht niet aan naar bed gaan, zijn gedachten waren koortsig in de weer. Wat kon of moest hij nu nog doen? Rustig afwachten was nou niet de grootste hobby van hem, maar op dit moment was hij er zich van bewust dat er niks anders op zat dan de ochtend afwachten. Hij kon zich nergens op concentreren, hij keek wel naar de tv maar zag niks, zijn gedachten waren alleen bij Angela en Steffy. Hij wist dat dit een zeer lange en zware nacht zou worden.

’s Morgens was hij al zeer vroeg uit de veren, geslapen had hij niet. En in tegenstelling tot alle andere dagen had hij totaal geen zin in hardlopen. Hij wist dat hij zo vroeg, het was net zeven uur, nog geen bericht van Ben kon verwachten, dat zou nog wel even duren. Na een kop koffie dook hij onder de douche en kleedde zich aan. Maxi moest wel uitgelaten worden dus dan toch maar even naar buiten. Hij kon het niet nalaten om bij Angela’s appartement langs te gaan, maar zoals hij al vermoed had leverde dat niks op, ze was niet thuis en ook niet thuis geweest, alles zag er nog net zo uit als gisteren. Hij nam zich voor een recente foto van Angela te zoeken, misschien had hij er ook wel een waar Steffy opstond en daarmee bij de zwarte dolfijn langs te gaan, misschien dat iemand hem daar iets kon vertellen.

Ze waren net terug in zijn appartement toen de telefoon overging, het was Ben die vertelde dat hij beide vrouwen als vermist had opgegeven en dat John naar het bureau in Leiden moest gaan om meer informatie te verstrekken.

HOOFDSTUK 3

Mytia was zo’n twintig jaar geleden naar Europa gekomen, in zijn geboorteland Rusland was het hem te heet onder de voeten geworden. Hij en enkele van zijn maten waren zonder van iemand afscheid te nemen in hun auto gestapt en hadden de stad Koersk verlaten. Met alleen wat kleding en contant geld hadden ze moedertje Rusland achter zich gelaten. Via de Oekraïne waren ze in Duitsland terecht gekomen en hier was het waar zijn huidige bestaan zijn eerste vormen had aangenomen. Al vrij snel waren ze in contact gekomen met leden van de Russische maffia en via deze contacten wisten ze hun inkomsten te derven door middel van drughandel en afpersing. De zeer ambitieuze Mytia vond het na verloop van tijd echter ondraaglijk worden om als een soort loopjongen geld te verdienen voor de maffia. Uiteraard verdienden ze er zelf goed aan, maar dat stond niet in verhouding tot de geldstroom die bij zijn opdrachtgevers binnen kwam. Hij vond dat het merendeel van hun verdiensten in zijn eigen zakken terecht moest komen en tegen de tijd dat diezelfde maffia een nieuwe bron van inkomsten ontdekte, namelijk de sport, had Mytia al een ander plan in zijn achterhoofd, eentje die hem aanzienlijk meer zou opleveren dan loopjongen te spelen voor zijn landgenoten. Vrouwen, daar zou hij zijn geld mee gaan verdienen. Tijdens zijn criminele loopbaan had hij gemerkt dat vrouwenlichamen veel geld konden opbrengen. Mannen waren bereid redelijke bedragen neer te tellen voor een pleziertje van korte duur. Hij had al uitgerekend dat, indien hij zo’n tien hoertjes had lopen, deze al gauw duizend Mark per dag konden opleveren, tel uit je winst. Hij had ook al uitgedokterd hoe hij ze van hem afhankelijk moest maken, namelijk door drugs. Mytia was en echte narcist en kende geen enkel mededogen met wie dan ook, de enige die voor hem telde was Mytia zelf. Het was dat zijn maten die meegekomen waren uit Rusland hem nog steeds van dienst waren, anders had hij zich allang van hun ontdaan.

Zijn nieuwe plan wist hij gestalte te geven in een verlaten kantoorgebouw op een leeg industrieterrein in Hamburg. Een hele tijd terug was hij al op zoek gegaan naar een geschikte locatie hiervoor zonder iemand ervan op de hoogte te stellen. Pas nadat hij deze gevonden had lichtte hij zijn metgezellen in over de plannen. Zoals Mytia verwacht had stemden ze er zeer enthousiast mee in. Ze hadden hem al vanaf het verlaten van Rusland als hun leider gezien en geaccepteerd, zonder dat er een woord over vuil gemaakt werd.

Hij stuurde twee van zijn maten op pad met de opdracht om vanuit Rusland of de Oekraïne enkele mooie jonge meiden naar Duistland te smokkelen. Hoe ze het deden moesten ze zelf maar bepalen, met een smoes over een beter leven elders, desnoods met geweld, het zou Mytia een worst zijn, als ze maar kwamen.

Enkele dagen later leverden Dimitri en Evgeny zes meiden bij hem af.

Het waren vrij jonge grieten die, zo vertelde Dimitri, hun verhaal om ze een beter leven in Duitsland te garanderen, zonder tegenstribbelen geloofden. Zo gemakkelijk hadden ze het zich niet voorgesteld. Ze hadden onder het genot van gratis bier voor de meisjes een verhaal afgestoken over arbeid en onderdak in Duitsland en hoe ze daarmee hun familie thuis financieel zouden kunnen ondersteunen. Na de nodige alcohol waren ze zonder morren met hun meegegaan en waren achter in de bus gestapt, waarna de meesten bijna de hele rit hadden liggen slapen. Die domme wichten hadden nog niet een keer gezeurd over hun familie en vrienden of waar ze naar toe gebracht werden. Een keer waren ze op een parkeerplaats van een tankstation gestopt om wat sandwiches te kopen, maar voor de rest hadden ze aan een stuk gereden zonder problemen. Zelfs de overgang van de Oekraïne naar Duistland, via een smokkelroute, was vlekkeloos verlopen.

Vanaf dat moment verliep alles zoals hij gepland had.

Met beloftes dat ze voor de meiden werk en een degelijk onderkomen zouden zoeken maar dat ze voorlopig even ergens anders gehuisvest werden, brachten ze de meisjes naar het afgelegen terrein. Daar aangekomen kreeg eenieder een “kantoor” als slaapplaats toegewezen. Mytia en zijn andere metgezel hadden, al wachtend op de levering, kantoorhokjes van oude matrassen en slaapzakken en de deuren van degelijke sloten voorzien. Er stond wat eten en drinken in ieder van de hokken en bij de aanblik van deze voorzieningen hadden de toekomstige hoertjes nog niet het idee dat ze in de hel beland waren. Mytia bekeek glunderend zijn nieuwe bron van inkomsten, hij was erg tevreden over het verloop tot nu toe en kon niet wachten totdat het ‘feest’ zou gaan beginnen.

Hij was ook al op pad geweest om klanten te ronselen. In de buitenwijken van Hamburg had hij veelal emigranten uit het Oostblok en junks benaderd. Indien ze lieten merken geïnteresseerd te zijn in een wip met een jonge meid, waarbij Mytia uiteraard niet vergat vooraf prijzen te noemen voor de diverse diensten, gaf hij hun een mobiel nummer dat ze konden bellen voor een afspraak en of ze het vooral aan hun vrienden en kennissen wilden doorgeven.

Als pr-man was Mytia zeer bedreven, vooral als het om zijn eigen portemonnee ging.

Nu was het nog zaaks deze grieten zo snel mogelijk klaar te stomen voor hun nieuwe werk, ook daar had ons genie aan gedacht. Morgen zouden ze de vrouwen stuk voor stuk meenemen naar een andere ruimte. Dit zou dan gebeuren onder het mom een vraaggesprek te voeren met betrekking tot hun kennis en werkervaring. Deze gegevens zouden zogenaamd nodig zijn in verband met eventueel werk dat ze zouden kunnen aanvaarden. Om een en ander volledig geloofwaardig uit te laten zien, had hij zelfs een kantoor ingericht met een bureau, stoelen en een telefoon (die niet werkte) en op het bureau lagen bakjes met papier en pennen.

Na het “interview” zou de dames verteld worden dat ze een vaccinatie moesten hebben, anders zouden ze niet in aanmerking kunnen komen voor werk. De rest spreekt voor zich, de spuit zou hun eerste kennismaking met heroïne worden. Via een zijdeur zouden ze stuk voor stuk afgevoerd worden, zodat diegene na haar niet te zien zou krijgen dat haar voorgangster als een dweil het kantoor uitgedragen werd.

Het geheel verliep bijna volledig zonder problemen.

Nummer vier had toch haar bedenkingen tegen de vaccinatie. Zonder kwaad te worden zei Mytia dat ze dan kon vertrekken, ze moest zelf maar zien hoe ze thuis zou komen.

Dimitri en Evgeny stonden zo onopvallend mogelijk bij de deur voor het geval ze echt naar huis wilde vertrekken. Maar bij het idee helemaal alleen zonder geld terug naar huis te moeten gaan, besloot ze toch maar de vaccinatie te laten zetten. Even later lagen ze alle zes in katzwijm in hun eigen hok. Hij zou ze nog twee dagen enkele keren per dag van heroïne voorzien zodat hij zeker wist dat ze niet meer zonder konden en dan kon het geld verdienen gaan beginnen.

Twee dagen later liet hij de eerste klanten naar het industrieterrein komen. In het begin was het nog maar mondjesmaat, hij had ook niet verwacht dat het gelijk al storm zou lopen. Maar nadat ze aan de onderkant van de samenleving meer en meer bekendheid begonnen te krijgen leek het soms wel uitverkoop, van alle rassen en geloven kwamen kerels hun seksuele lusten botvieren op zijn handelswaar, want zo zag hij het, niet anders. Omdat er weinig regels waren betreffende de behandeling van de vrouwen, zolang de afgesproken prijs maar betaald werd en daar zorgden zijn metgezellen wel voor, waren zijn diensten als een lopend vuurtje van mond tot mond gegaan. De meiden waren zo onverschillig geworden door de drug dat ze meestal niet eens in de gaten hadden wat er met hun gebeurde. De heroïne deed zijn werk goed, in hun roes voelden ze zelfs amper pijn en waren ze zeer gewillige slachtoffers voor de perversiteiten van menig sadistische uitspatting. Op sommige dagen was het zelfs lopende band werk en stonden de kerels in rijen hun beurt af te wachten. Het aantal vouwen dat deelnam aan Mytias opbrengsten was inmiddels verhoogd naar tien. Omdat iedere peeskamer een raam had, konden Mytia en zijn trawanten een oogje in het zeil houden mocht een klant te ver gaan. Het deerde hem totaal niet dat zijn waar soms ruw behandeld werd, maar hij wilde ze wel zo lang mogelijk in leven houden, want dood brachten ze niets op. Dus een enkele keer gebeurde het wel eens dat een kerel het terrein verliet met een of meer tanden minder in zijn mond. Omdat het merendeel van de klanten illegalen waren en anderen de schande van wat ze gedaan hadden wilden vermijden kregen ze nooit last met de politie.

Ze hadden wel al plannen uitgewerkt voor noodgevallen.

Een ervan was een vluchtplan en route, in het geval ze hals over kop zouden moeten vertrekken. Een ander was het ontdoen van meiden die het loodje zouden leggen na verloop van tijd. Het was geen enkel probleem nieuwe te ronselen, dat was wel gebleken, maar zich ontdoen van zo’n dood mokkel zonder dat er problemen zouden ontstaan was iets anders. Op het industrieterrein stonden her en der lege olievaten die ze voor dit doel zouden gaan gebruiken. Het lichaam erin stoppen, benzine erover en in de fik steken. Eenmaal uitgebrand volgooien met puin van vervallen gebouwen, het deksel erop en dan op een afgelegen gebied in de Elbe of Alster gooien, want water was er genoeg in Hamburg.

Mytia had afspraken omtrent de verdeling van de inkomsten met de anderen, hij ving als leider veertig procent en de overige zestig werd gelijk verdeeld onder Dimitri, Evgeny en Grigory. Zijn metgezellen, stuk voor stuk gevaarlijke individuen voor de duivel niet bang, hadden hier zonder morren mee ingestemd. Ze kenden Mytia en wisten verdomd goed dat het in hun eigen belang was zijn voorstellen te aanvaarden. Ze hadden wel vaker mogen aanschouwen waartoe deze psychopaat in staat was.

Naar verloop van een aantal maanden, de verdiensten waren stukken beter dan ze in het begin uitgerekend hadden en zeker beter dan loopjongen van de maffia, begonnen bij Mytia nieuwe ideeën naar boven te komen. Hij merkte dat er goudgeld te verdienen was met vrouwen en indien deze heroïneverslaafde hoeren voor de “gewone man” al zoveel opbrachten, wat zouden vrouwen dan wel niet opbrengen voor de rijkeren met speciale behoeften?

Hij liet dit idee nog even in zijn hoofd zweven, maar zag hier wel nieuw brood in, dit verdiende uitgewerkt te worden. Een ding wist hij zeker, mocht hij hieraan beginnen en daar twijfelde hij geen moment meer aan sinds zijn eerste gedachte hierover, dan zou het niet in Hamburg zijn. Zijn business hier zou hij voort laten zetten door een aantal van zijn handlangers zodat hij eraan zou blijven verdienen, misschien ook nog wel in andere steden. Ja, dat was ook zo slecht nog niet, hij zou ook in andere grote steden zijn handel opzetten.

Voor het concept om ook aan de rijkeren der aarde te gaan verdienen, gingen zijn gedachten uit naar een betere locatie in een stad met meer allure, een stad waar meer wereldse rijkdom bij elkaar kwam zoals Londen, Parijs of Amsterdam.

Ondertussen was de eerste crematie een feit geworden.

De trut, haar hart had het gewoon begeven tijdens een beurt. De bezopen Pool die bovenop haar lag, had het nog niet eens in de gaten gehad en was gewoon doorgegaan met zijn gepomp op leven en dood, nou dat was dan wel iets te letterlijk.

Het ontdoen van het lichaam hadden ze precies gedaan als eerder gepland. Het verbrandden van het lichaam was echter een heikel punt gebleken. Het duurde meer dan twee uur voordat het lichaam verkoold was en de stank die er vanaf kwam was haast ondraaglijk. Het was een geluk dat het terrein ver van de bewoonde wereld was, anders had dit echt wel aandacht getrokken. Nadat de verkoolde resten vermengd werden met stenen en ander puin werd het deksel op de ton gedaan. Deze droegen ze naar hun bus en Grigory en Dimitri zouden ervoor zorgen dat de ton in het water zou verdwijnen. Enkele dagenlang kocht Mytia een krant om te lezen of er iets instond over het vinden van de ton, maar naar alle waarschijnlijkheid hadden zijn beide kompanen goed werk geleverd want geen woord erover.

De weken die daarop volgden was het verloop van hun dagen hetzelfde. De hoeren onder zeil houden, klanten ontvangen en in de gaten houden en afrekenen. Ook de plaatsvervangster voor de dode griet leverde geen noemenswaardige problemen op en was vrij snel ingewerkt.

Hoe saaier Mytia dit leven begon te vinden hoe meer hij dacht aan zijn nieuwe idee. Zijn medewerkers bleken van enige ambitie verstoken te zijn. Wat dat betreft waren het echte domme krachten, goed in wat ze opgedragen kregen, maar meer ook niet. Alleen Dimitri beschikte over wat meer intelligentie en aan hem zou hij dan ook het leiderschap overdragen. Niet lang daarna vertelde Mytia hem wat zijn intenties waren en of hij ervoor voelde deze operatie hier te runnen bij zijn afwezigheid. Dimitri vond het een eer het leiderschap hier van hem over te nemen en verzekerde Mytia dat hij hem niet teleur zou stellen.

Mytia gaf hem nog enkele instructies, zei dat hij regelmatig contact zou houden en indien nodig terug zou komen om zijn deel van de opbrengst in ontvangst te nemen, waarna ze samen de anderen inlichtten over de voorgenomen veranderingen. Evgeny en Gregory reageerden zoals Mytia verwacht had, ze vonden het prima dat Dimitri de leiding kreeg en zouden net zo voor hem werken als ze voor Mytia hadden gedaan. Zonder nog veel poespas pakte hij zijn spullen die al klaar stonden voor het vertrek, stapte in zijn auto en vertrok naar zijn nieuwe bestemming. Hij had er zin in deze nieuwe uitdaging aan te gaan.

Hij had zijn besluit al genomen, uit alle grote steden die hij geschikt achtte voor zijn nieuwe handel had hij dan toch voor Amsterdam gekozen. Nederland het land waar, naar hij vernomen had, alles mogelijk was. Waar criminaliteit zelden of weinig gestraft werd. In vergelijk met Rusland, waren de gevangenissen in het kleine koninkrijk aan het water hotels, voor iedereen die wat op zijn kerfstok had. Welke stad zou er dan niet beter in zijn plannen passen dan Amsterdam. Hij had voldoende cash bij zich om de eerste opzet van zijn plan gestalte te geven, het was nu eerst zaaks een goede locatie en een nieuwe crew te vinden. Hij wist dat hij mensen nodig had zoals die in Hamburg, gasten die zonder morren deden wat hun opgedragen werd. Mytia was ervan overtuigd dat het geen probleem zou zijn deze in een stad als Amsterdam te vinden.